De roofriddersburcht Ravenhorst Waarvan men schrik ervaart Uit haar donkere gewelven rijst eindeloos geschreeuw en geklaag Een kort beleg op de havezathe En de donkere muren vallen Roofridders en dorpsheren schuilen In ondergrondse hallen Maar, een rechtschapen heer betrekt Argeloze kooplieden Reizen onbeducht Overvallen en geplunderd Blazen uit hun laatste zucht Drie broeders, moordenaars Houden je staande Moordzuchtig en roofdrang brengen je onheil en dood De roofriddersburcht Ravenhorst Waarvan men spreekt uit kwade maag Een moordkuil en vuil gehucht Kwaad volk lokt je in de hinderlaag De roofriddersburcht Ravenhorst Waarvan men schrik ervaart Uit haar donkere gewelven rijst Geschreeuw en geklaag De drie ridders Waar de krijgsheer op jaagt Drie broeders, rovenaars Pakken en slaan je op het pad Hebzucht en roofdrang Je lijk in het bos en goud gepakt Een kort beleg op de havezathe En de donkere muren vallen Rooferen en schatten Spoorloos verdwenen Een rechtschapen heer betrekt Het voormalig roversgat En welkom op Ravenhorst