Een klaagzang klinkt. De zondvloed giert. Golven breken. De zondvloed zwiert. Bergen met gebroken botten, verbrandde schuren, paardenhaar Het zijn de resten van verloren generaties, opgestapeld, naast elkaar Een klaagzang klinkt. De zondvloed giert. Golven breken. De zondvloed zwiert. Als duisternis, ons verdriet verhult, gaan we verder, met ons sober bestaan. Maar wij moeten eerst, overleven, de zondvloed zal, ons niet verslaan. Een klaagzang klinkt. De zondvloed giert. Golven breken. De zondvloed zwiert. Genadeloos, de golven bijten dicht, als de kaken van de mond van de hel Ziek geboren, ons leven is geweid geweest, aan een onmogelijk herstel Een klaagzang klinkt. De zondvloed giert. Golven breken. De zondvloed zwiert. Levenloos, zij liggen stil en koud, richting hemele klinkt ons verwijt Verzwolgen, onder water zal ik zijn waar ik hoor na deze hopeloze strijd De mensheid wacht geen zegen, kan niet vluchten voor de regen Met het water tot de nek. Water sluit ons in Water slokt ons op Zondaars, zondaars van geboorte tot ons graf Wij ontvingen, met open armen deze goddelijke straf Waarom bleef ik in leven is de rechtvaardigheid vertrapt Waarom is de grootste zondaar aan uw toorn ontsnapt?