Zie de zee trekt zich terug.
In de branding verging onze naiviteit
onze laatste zekerheid.
Zie de zee vergeet,
de zee vergat.
Dit zachte weer, jij voelt het niet meer
Als glas zijn jouw ogen.
Wit dansend licht, prikt in mijn gezicht
Maar ik blijf onbewogen.
En onze Heer, verliet ons twee keer
ons wacht geen wonder.
Zijn kerk gebouwd, uit goed drijvend hout
bezweek en ging onder.
Er komt weer gras waar eerst water was
Bedek onze doden.
Het grazend vee, eet het gedwee
zoals wij onze broden.
En onze Heer, verliet ons twee keer
ons wacht geen wonder.
Zijn kerk gebouwd, uit goed drijvend hout
bezweek en ging onder, mijn vriend.