Hoemannen draven dorstig voort door 't groene loof Tot met de tanden bewapend in 't oog voor roof Goud is alles wat ons voerder Walrick bemind Jaren van teistering Gekropen over 't vennenland De vrede van 't volk Werd samen met de oogst verbrand Heribertha Rovers dochter Stralend als ochtendgloren Parel van de diepste zee Met een vloek was zij geboren Ziekte sleepte haar toekomst mee Zij sliep met de dood Haar vader viel troosteloos Dat de druide hem had geboden Of hij het rechte pad verkoos Haren, zijde zacht, snoerden de Arm van de woudreus De schone Heribertha genas dankzij Walrick's nobele keus De top van de eik toonde 's nachts een lichtende troon Daar komen Hoemannen belust met wraak, vol haat, kwaad en toorn