De bezetene Is een zwarte juweel in de hand van Satan Een oog dat niet slaapt Daarin daglicht dooft Hij die gevoed moet worden met de tranen van christus Wanneer het graf breekt En smelt in mijn donker wezen Engelen weerhouden mij niet om heilige grond te verzieken Ik ben te giftig voor de wil van god De kots der kerkgangers Weerspiegelt mijn karakter Ik ben het onvermijdelijk gevolg van de mensheid Een mensverterend monster gedrenkt in de stroop van zwarte magie